..foto: Dick Sanderman

 
Onze Lieve Vrouwebasiliek Zwolle  
 

 

..© GAMK '15


Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915)

Het grote orgel uit de OLV-basiliek werd in 1896 geplaatst door Michaël Maarschalkerweerd uit Utrecht. Vanaf 1860 had zijn vader al aan het Brunswick-orgel uit 1697 gewerkt, dat in de huidige kas aanwezig was. Dit barokorgel voldeed niet meer aan de geest van de tijd. Een nieuw binnenwerk werd onder adviseurschap van Jos A. Verheyen gebouwd. Het werd ingespeeld op 15 augustus 1896.

  Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915)

Michaël Maarschalkerweerd, die als zoon van Pieter Maarschalkerweerd en Everarda Woudenberg werd geboren in 1838, studeerde aanvankelijk Waterbouwkunde. Hij kwam echter in 1860 bij zijn vader in de orgelmakerij te werken. In 1875 trouwde hij met Elisabeth van Groeningen. In 1879 kregen zij een tweeling die echter spoedig overleden. In 1883 kregen zij een dochter: Maria Cornelia Everarda.

Maarschalkerweerd bouwde orgels in een tijd dat de tijdgeest veranderde. Er kwam grote belangstelling voor de neogotiek onder aanvoering van kapelaan Van Heuckelem uit Utrecht.
Deze zogenaamde Utrechtse school of Sint Bernulphusgilde bestond uit de architect Alfred Tepe, interieurbouwer Friedrich Mengelberg, glazenier Heinrich Geuer en edelsmid Gerard Brom. Menig kerk werd in deze stijl gebouwd in die tijd. Goede voorbeelden zijn o.a. de basilieken van IJsselstein en Raalte en de Willibrorduskerk te Utrecht. Niet bij alle kerken bouwde Maarschalkerweerd een nieuw orgel.
Tijdgenoot Joseph Adema, die meer orgels voor de Pierre Cuypers-kerken bouwde (de Amsterdamse school) was zijn grote concurent.

In totaal bouwde Michaël 127 kerkorgels. Het grootste orgel is te vinden in het Concertgebouw te Amsterdam(1891), daarna de Maria van Jessekerk te Delft (1893) en de O.L.Vrouwebasiliek in Zwolle (1896) met beide 38 registers.
Zonder dat men mag stellen dat Maarschalkerweerd zijn grote voorbeelden als Cavaillé-Coll en de Duitse orgelmakers als Ladegast en Sauer heeft geïmiteerd, hebben zij zeker invloed gehad op zijn werk. In 1896 ging Maarschalkerweerd over op het rein-pneumatische systeem van Carl Weigle. Deze bouwer monteerde het hele systeem in het orgel te Zwolle, dat daarmee het eerste in zijn soort werd. Ook het gebruik van het generaalcrescendo werd voor het eerst in een groot orgel toegepast te Zwolle.

Andere orgels die door Maarschalkerweerd werden gebouwd: Leiden, Hartebrugkerk (1877); Utrecht, St. Willibrorduskerk (1885); Sneek, St.Martinuskerk (1893); Utrecht, Ste. Catharinakathedraal (1903); Groningen, St.Jozef kathedraal (1905); Eindhoven, Augustijnenkerk (1907) en IJsselstein: St.Nicolaasbasiliek, 1908

Michaël Maarschalkerweerd overleed in 1915. Zijn bedrijf werd voorgezet door Van Brussel en Elbertseen heeft bestaan tot 1940.


Uitvoerenden